Niels Kranenburg

architect en partner
Inbo

in gesprek met

Bert van Breugel

partner
Inbo

Niels Kranenburg

architect en partner
Inbo

in gesprek met

Bert van Breugel

partner
Inbo

Bouwen is een vorm van toegepaste kunst

Hoe ziet de bouwwereld eruit in 2050?

Dat is heel moeilijk te zeggen, maar ik ben ervan overtuigd dat we blijven bouwen. Het is een idee-fixe om te denken dat we naar standaardproducten gaan zoals in de auto-industrie waarbij miljoenen auto’s van hetzelfde type worden geproduceerd. ‘We blijven one off’s bouwen’.

De data driven informatiseringsslag zal steeds meer invloed hebben. We gaan data meer inzetten om keuzes op te baseren en productietechnieken te verbeteren. In de huidige economie zie je dat bedrijven in scalable technology succesvol zijn. Bedrijven als Spotify bieden software als een service.

Op korte termijn zie ik dat nog niet bij gebouwen gebeuren. We wonen voorlopig niet allemaal in een huurhuis. Living as a service verwacht ik pas na 2050. Voor de woningmarkt zou dat wel een verbetering zijn. De verhouding tussen koop- en huur zou gelijkwaardiger moeten zijn. Zolang er nog sprake is van hypotheekrenteaftrek is er geen incentive om te veranderen. Nu is vooral sprake van een beleggingsmarkt waarbij woningen een investering zijn

Wat blijft zijn de lokale invloeden. Bouwen is een vorm van toegepaste kunst. We gaan niet terug naar de tijd van ‘plattenbau’. Je ziet ook dat er aan ambachtelijkheid weer maatschappelijke waardering wordt gegeven. De hoop is wel dat de bouw slimmer zal worden. Gelukkig zijn er meer bedrijven die jonge talenten aantrekken die nieuwe technieken met zich meebrengen waardoor we met elkaar minder achterlopen op de bouwcultuur. Dogma’s als ‘zo zijn we gewend om het te doen’ veranderen omdat de jonge generatie mensen dat ook eisen.

Door de informatiseringsslag zetten we dingen slimmer in elkaar. Circulair. We zetten arbeidskracht beter in en benutten de schaarste van materiaal beter. Als overheid zou je bepaalde materialen extra moeten belasten. Er is in Nederland op dat gebied te weinig incentive om te veranderen. Nederland is sterk in ad hoc kijken naar chronische problemen die we hebben. Als overheid zou je langjarige programma’s moeten opzetten waar de politiek niet over gaat. Ten opzichte van 50 jaar geleden zie je dat het gemiddeld woonoppervlak per persoon sterk is toegenomen als gevolg van een veranderende bevolkingsopbouw. Dat zie je aankomen, maar we reageren ad hoc. Het effect van een crisis is ook sterk zichtbaar in de tekorten die we nu hebben. We hadden toen beter door kunnen bouwen.

In die zin is er voor NRP ook een kans weggelegd. De transformatie en renovatie en verduurzamingslobby moet niet gaan over wat morgen moet, maar wat over 15 jaar moet. Het besluit over de hypotheekrenteaftrek is een positief besluit dat een geleidelijk effect heeft, maar er uiteindelijk toe leidt dat het probleem over 15 jaar is opgelost.

De opgave voor nu is een slimme verduurzamingsstrategie. Ons manco is om het huis per huis te bekijken. Bedenkt een nationale wijkaanpak. Daar zou NRP aan kunnen bijdragen

Wat voor rol speelt het bestaande vastgoed daarin?

Bestaand vastgoed blijft een belangrijke rol spelen. Je ziet veel werkgebieden transformeren naar woongebieden. Je ziet ook dat dit soort gebieden steeds schaarser worden. De meeste industriële gebieden zijn al getransformeerd.

Onze maatschappij verandert van een industrie naar een kennis- en dienstenindustrie. De vraag is hoe je de hallen die we nu allemaal bouwen gaat transformeren? Een verandering van economie leidt tot een verandering van ons vastgoed. Corona heeft een patroon dat er al was versneld. Er wordt steeds meer bezorgd. Dat kon allang, maar nu doet iedereen dat. Voor bepaalde dingen blijf je naar de winkel gaan, maar voor een heleboel dingen ga je niet meer zelf sjouwen en kostbare tijd besteden.

Je kunt al wel een beetje voorspellen waar dingen gaan veranderen. Dat zou een interessante studie voor NRP zijn. Kun je bedenken waar de volgende veranderingen gaan plaatsvinden? Wat doe je met een doos van staal?

Een terugkerend thema in bestaand vastgoed is herwaardering. We waren erg ontevreden met de woningen van de jaren ’60. Met een krapte op de woningmarkt en nieuwe woningen die steeds kleiner worden gaan we de bestaande voorraad meer waarderen. We waarderen de architectuur van de jaren ’50 weer, waar inmiddels veel van is afgebroken. Inmiddels wordt de portiekflat ondanks het ontbreken van een lift, weer gewaardeerd. Architecten zijn geneigd alles na de jaren ’80 lelijk te vinden terwijl er wel degelijk een visie aan ten grondslag ligt. Jaren ’30 woningen waren in de jaren ’80 niet populair omdat ze energetisch slecht waren. Inmiddels hebben we er grof geld voor over.

"We gaan de bestaande voorraad steeds meer waarderen"

Wat moeten we morgen anders doen?

Morgen kunnen we beginnen met de verduurzaming op een veel groter schaalniveau. We moeten ook leren meer te doseren. De gemeente Den Bosch heeft bijvoorbeeld een brief gestuurd naar ontwikkelaars en corporaties omdat er te veel aanvragen zijn om te bouwen en te transformeren. Er zijn te weinig ambtenaren en nieuwe ambtenaren zijn niet te vinden. Hierdoor stokt het proces van bouwen. Het zit niet zozeer aan de techniekkant, maar aan de proceskant hoe we dingen met elkaar organiseren. In plaats van allemaal tegelijk aanvragen indienen, moeten we leren dat te doseren. We moeten ook leren niet in te zetten op één oplossing, maar verschillende opties openhouden. Net als bij de elektrische auto moeten we niet inzetten op één techniek, ontwikkelingen als waterstof als één van de opties zien. Dat geldt ook voor de bouw.

Welke rol heeft Inbo daarin?

Ook wij moeten veranderen. We worden blij van mensen die nieuwsgierig zijn en onderzoek doen naar bijvoorbeeld materiaalgebruik. We moeten met elkaar nieuwsgierig zijn. Hoe krijgen we beton gezonder? Hout is een oplossing, maar niet de oplossing voor alles. In Zwitserland voegen ze juist CO2 toe aan beton waardoor minder bindmiddel kan worden gebruikt. Daar kunnen we van leren.

De bouw heeft een beetje de teneur van waarom zij wel en wij niet. Dat zie je bijvoorbeeld aan de discussie rondom het gebruik van gas. Duitsland behaalt een verbetering door bruinkool te gaan vervangen voor gas. In Nederland redeneren we dan: waarom zijn wel aan het gas, en wij niet? Het is veel belangrijker hoe we met elkaar een CO2-reductie teweegbrengen. In Duitsland maken ze een stap, dus wij moeten ook stappen zetten binnen de kaders waarbinnen we kunnen handelen. We zijn met elkaar verantwoordelijk. In Nederland zitten we in de traditionele hoek van de industrie. Neem je eigen verantwoordelijkheid, dat doe je thuis ook! Met een jongere generatie op belangrijke posities gaat dat hopelijk sneller veranderen.

De stikstofcrisis is een goed voorbeeld dat een crisis ook een positief effect teweeg kan brengen. ‘Never waste a good crisis’. Wat kun je leren van wat misgaat om je eigen doelen bij te stellen. Af en toe leer je als maatschappij dat je moet prioriteren en dat het uiteindelijk goed komt. Vergelijk het met een bamboestengel die plat gaat als het heeft geregend. Hij veert gewoon weer op en breekt niet zomaar.

Welke rol heeft NRP daarin?

We willen allemaal wonen. NRP kan helpen bij de transformatie van gebouwen en gebieden. In de ontwikkeling van gebieden is het van belang dat we borgen dat er geen monocultuur ontstaat die je in veel uitbreidingswijken ziet. Nieuwe gebieden die leuk zijn, bestaan uit een mix van wonen, werken en ontspannen. We moeten stoppen met het maken van gebieden met een dichtheid van 35 woningen per hectare. We moeten meer verschillen maken. Plekken met een hogere dichtheid met veel voorzieningen waar je de dichter op elkaar woont. Daar tegenover moeten we plekken waar je echt in het groen kun wonen en de dichtheid 15 woningen per hectare is. Het is van belang buurten te maken die ook op lange termijn duurzaam blijven. Nederland heeft een echte dorpscultuur. Het hebben van een tuin is het ideaalbeeld, maar tegelijkertijd zijn er argumenten om dicht bij je werk te wonen. Dat zal ongetwijfeld leiden tot nieuwe woonvormen en nieuwe buurten. NRP kan helpen de discussie met elkaar te voeren hoe we gebieden creëren waarbinnen verschillende bestemmingen mogelijk zijn.

 

Inbo architecten maakt inspirerende plekken die mensen zich eigen kunnen maken en die met hen mee kunnen veranderen. Huizen waar mensen prettig wonen. Werkplekken waar mensen optimaal leren en presteren. Plekken waar mensen elkaar tegenkomen. Waar mensen bij willen horen, een community vormen. Waar het samen leuker is. Altijd is daar een binding met de plek, met de historie, met herinneringen. Met nieuwe impulsen versterkt Inbo de kracht van het bestaande.

Lees ook

Een uitgave van NRP Academie